ECLI:NL:RVS:2008:BC4734
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over toepassing hardheidsclausule bij mvv-vereiste
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, die de beroepen van drie vreemdelingen tegen afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde.
De vreemdelingen hadden eerder legaal in Nederland verbleven, maar voldeden niet aan het mvv-vereiste bij hun nieuwe aanvragen na een periode van niet-rechtmatig verblijf. De rechtbank oordeelde dat de minister niet in redelijkheid kon weigeren de hardheidsclausule toe te passen, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de rechtbank onvoldoende terughoudendheid heeft betracht en ten onrechte eigen oordeel boven dat van de minister heeft gesteld.
De Afdeling benadrukt dat de minister een ruime beoordelingsmarge heeft bij de toepassing van de hardheidsclausule en dat de omstandigheden van de vreemdelingen, zoals hun eerdere legaal verblijf en persoonlijke situatie, geen aanleiding geven tot toepassing van de clausule. Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd en worden de beroepen ongegrond verklaard.
De Afdeling wijst ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat de pardonregeling waarnaar werd verwezen ten tijde van de besluiten nog niet bestond. De Afdeling sluit af zonder proceskostenveroordeling en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningaanvragen.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de besluiten tot afwijzing van hun verblijfsvergunningen worden bevestigd.