ECLI:NL:RVS:2008:BC5234
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J. Fransen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vergunning hondentrainingscentrum wegens onjuiste geluidgrenswaarden
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg verleende op 8 november 2007 een vergunning voor het oprichten en exploiteren van een hondentrainingscentrum en hondenpension. Deze vergunning werd ter inzage gelegd en hiertegen stelde een belanghebbende beroep in bij de Raad van State. De verzoeker vreesde geluidhinder en betoogde dat de door het college gehanteerde geluidgrenswaarden te hoog waren en dat het college onjuist was uitgegaan van een rustige woonwijk in plaats van een landelijke omgeving.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college de geluidgrenswaarden had gebaseerd op de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, maar dat de gebiedstypering onjuist was omdat de inrichting in een landelijke omgeving ligt. Daarnaast waren de gebruikte geluidmetingen op meer dan twee kilometer afstand verricht, waardoor het referentieniveau van het omgevingsgeluid ter plaatse onvoldoende was vastgesteld.
Hierdoor was het besluit van het college niet met de vereiste zorgvuldigheid genomen en in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De voorzitter besloot daarom het besluit van het college bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan de verzoeker.
De overige door de verzoeker aangevoerde gronden werden niet inhoudelijk behandeld vanwege het voorlopige karakter van de voorziening.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening is bij voorlopige voorziening geschorst wegens onjuiste gebiedstypering en onvoldoende onderbouwing van geluidgrenswaarden.