ECLI:NL:RVS:2008:BC5774

Raad van State

Datum uitspraak
5 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200703988/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.1 Wet milieubeheerArt. 6.1 Activiteitenbesluit milieubeheer
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen milieuvergunning schokgolfgenerator wegens vervallen vergunning

Het college van burgemeester en wethouders van Borsele verleende op 10 april 2007 een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een schokgolfgenerator. Deze vergunning werd op 4 mei 2007 ter inzage gelegd. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit bij de Raad van State.

Op 1 januari 2008 trad het Activiteitenbesluit milieubeheer in werking, waardoor voor de betreffende activiteiten geen vergunning meer nodig was. De verleende vergunning verviel daardoor. Artikel 6.1 van het Activiteitenbesluit bepaalt dat voorschriften uit een vóór 1 januari 2008 onherroepelijke vergunning onder omstandigheden als maatwerkvoorschriften kunnen blijven gelden. Dit was hier niet het geval omdat de vergunning nog niet onherroepelijk was.

De Raad van State oordeelde dat de vergunning geen betekenis meer had en dat appellanten geen belang hadden bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit. Daarom verklaarde de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen van de vergunning per 1 januari 2008.

Uitspraak

200703988/1.
Datum uitspraak: 5 maart 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellanten], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Borsele,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 10 april 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borsele (hierna: het college) aan [vergunninghouder] voor een periode van één jaar een vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde vóór 1 januari 2008, verleend voor het oprichten en in werking hebben van een schokgolfgenerator op een ongenummerd perceel aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 4 mei 2007 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juni 2007, beroep ingesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van Borsele heeft een verweerschrift ingediend.
De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.
Verweerder heeft nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 februari 2008, waar [appellanten], vertegenwoordigd door mr. M.J. Smaling, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.P.T. Stapels en R.A.M. Loos, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is als partij verschenen [vergunninghouder], in persoon en bijgestaan door mr. A.P. Cornelissen, advocaat te Middelharnis, en [partij].
2. Overwegingen
2.1. Op 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) en de daarmee samenhangende wijziging van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking getreden. Aangezien in verband hiermee voor de aangevraagde en bij het bestreden besluit vergunde activiteiten geen vergunning meer nodig is, is de verleende vergunning vervallen.
Op grond van artikel 6.1 van het Activiteitenbesluit kunnen voorschriften die zijn verbonden aan een vóór 1 januari 2008 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning, die vóór die datum in werking en onherroepelijk was, onder omstandigheden als maatwerkvoorschriften blijven gelden. Deze bepaling is hier niet van toepassing, omdat de bij het bestreden besluit verleende vergunning op 1 januari 2008 nog niet onherroepelijk was. Ook in zoverre komt aan de verleende vergunning geen betekenis meer toe.
Niet is gebleken dat [partij] niettemin belang hebben bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. S.F.M. Wortmann, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, ambtenaar van Staat.
w.g. Drupsteen w.g. Lap
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2008
288.