ECLI:NL:RVS:2008:BC5782
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- C.H.M. van Altena
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake nadeelcompensatie recreatieplan Portomaar
Appellante sub 2 ontwikkelde het recreatieplan Portomaar op circa 13 hectare grond in Maastricht, waarvoor zij deels grond in eigendom had en deels een koopovereenkomst met de provincie Limburg sloot. De benodigde vergunning op grond van de Rivierenwet werd geweigerd wegens strijd met de beleidslijn 'Ruimte voor de rivier'.
De minister kende een schadevergoeding toe, maar de rechtbank verklaarde het beroep van appellante sub 2 gegrond en vernietigde het besluit voor zover het verzoek om vergoeding van waardevermindering van de 8,3 hectare grond werd afgewezen. Zowel de minister als appellante sub 2 stelden hoger beroep in.
De Afdeling oordeelt dat appellante sub 2 geen nadeel heeft geleden door waardevermindering van de grond, omdat de provincie de grond niet heeft geleverd en zij dus geen eigenaar is geworden. Verder faalt het verweer dat de minister de ontwikkelingskosten slechts voor de helft compenseerde. Ook de vergoeding van kosten van juridische bijstand is redelijk vastgesteld. Het hoger beroep van appellante sub 2 wordt ongegrond verklaard, dat van de minister gegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante sub 2 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.