ECLI:NL:RVS:2008:BC5783
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag voor taxichauffeur wegens verkeersdelicten
De minister van Justitie weigerde de afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan appellant, die deze nodig had voor een chauffeurspas. De weigering was gebaseerd op meerdere onherroepelijke veroordelingen wegens verkeersdelicten, waaronder rijden onder invloed en het niet-handsfree bellen.
Appellant voerde aan dat de overtredingen gering waren, niet tijdens het werk als taxichauffeur plaatsvonden en dat hij een cursus had gevolgd. Ook stelde hij dat bij de snelheidsovertreding geen passagiers in gevaar waren. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat de strafbare feiten, indien herhaald, een behoorlijke uitoefening van het taxichauffeursberoep in de weg staan vanwege het risico voor de samenleving.
De Raad van State bevestigde dat de minister de weigering in redelijkheid kon baseren op de justitiële antecedenten en dat de omstandigheden waaronder de feiten plaatsvonden niet doorslaggevend zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege herhaalde verkeersdelicten die het risico voor de samenleving verhogen.