ECLI:NL:RVS:2008:BC5805
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- C.H.M. van Altena
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake schadevergoeding na weigering goedkeuring bestemmingsplan glastuinbouwbedrijf
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland weigerde het verzoek van appellant om schadevergoeding toe te kennen wegens verjaring en onvoldoende onderbouwing van de schade. Appellant stelde dat de verjaringstermijn pas begon te lopen na het goedkeuringsbesluit van 18 maart 2003, omdat toen de onherroepelijke vaststelling van de onrechtmatigheid van het eerdere besluit plaatsvond.
De Afdeling overwoog dat de rechtbank niet bevoegd was het beroep te behandelen omdat het schadeveroorzakende besluit alleen bij de Afdeling aanvechtbaar was. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde zelf over het beroep.
De Afdeling stelde vast dat de verjaringstermijn van vijf jaar pas begon te lopen vanaf het moment dat de onrechtmatigheid onherroepelijk vaststond en appellant bekend was met de schade, namelijk vanaf het goedkeuringsbesluit van 18 maart 2003. Het college had zich dus ten onrechte op verjaring beroepen.
Echter, appellant had onvoldoende bewijsstukken overgelegd om de gestelde schade, met name omzetschade en hogere bouwkosten, inzichtelijk te maken. Hierdoor werd het verzoek om schadevergoeding terecht afgewezen. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing van de schade, ondanks dat de verjaringstermijn onjuist werd toegepast.