ECLI:NL:RVS:2008:BC6427
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bestuursdwangverwijdering bloembakken
Het college van burgemeester en wethouders van Eijsden heeft appellante bij besluit van 9 juni 2005 onder bestuursdwang gelast bloembakken te verwijderen van een perceel in Eijsden. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk vanwege te late indiening. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellante tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het college in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel heeft gehandeld, omdat zij niet tijdig was geïnformeerd over de ontvankelijkheid van haar bezwaar en de bijlage bij het bestuursdwangbesluit niet had ontvangen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht ambtshalve heeft getoetst of het bezwaar ontvankelijk was en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
De Raad stelde vast dat de partner van appellante de brief met het besluit had ontvangen en dat appellante het belang van de bijlage had moeten begrijpen en contact had moeten opnemen met het college. De verwijzing in de brief naar de bijlage was voldoende duidelijk om appellante te informeren over het bestuursdwangbesluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 12 maart 2008 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.