ECLI:NL:RVS:2008:BC6436
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W. van den Brink
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling en bouwvergunning voor bijgebouw ondanks bezwaar over oppervlakte en situering
Het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze verleende op 28 juni 2006 een bouwvergunning en vrijstelling voor het overkappen van een garage en het oprichten van een nieuw bijgebouw op een perceel te Aa en Hunze. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en vrijstelling, met name over de overschrijding van de maximale oppervlakte van bijgebouwen en de situering ervan ten opzichte van de perceelsgrens.
De rechtbank Assen verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft op 5 februari 2008 de zaak behandeld en concludeerde dat het college terecht vrijstelling verleende op grond van de bijgebouwenregeling, waarbij stedenbouwkundige en welstandstechnische belangen zijn meegewogen.
De Raad van State oordeelde dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het creëren van ruimte in of aan de hoofdbebouwing niet mogelijk was en dat het bijgebouw functioneel en visueel verbonden blijft met het hoofdgebouw. Daarnaast achtte zij de schaduwwerking en beperking van uitzicht en lichtinval niet onevenredig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.