ECLI:NL:RVS:2008:BC6440
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging op grond van artikel 12 Wrb voor rechtspersoon
De raad voor rechtsbijstand te 's-Gravenhage wees op 25 oktober 2005 de aanvraag van appellante om een toevoeging af. Appellante, een rechtspersoon gevestigd in [plaats], stelde dat haar statutaire doelstelling niet uitsluitend het voeren van gerechtelijke procedures omvat, maar ook het bestrijden van onrecht middels het recht. De raad verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank 's-Gravenhage bevestigde dit in haar uitspraak van 25 juni 2007.
Appellante stelde in hoger beroep dat artikel 12, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) niet op haar van toepassing zou zijn omdat haar doelstelling breder is dan alleen het voeren van procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het doel van appellante wel gericht is op het voeren van gerechtelijke procedures, ook al worden daarnaast andere middelen ingezet. Dit oordeel is in lijn met de bedoeling van de wetgever dat rechtspersonen die zijn opgericht met het doel procedures te voeren slechts bij uitzondering aanspraak kunnen maken op gefinancierde rechtsbijstand.
Verder werd overwogen dat de beperking van gefinancierde rechtsbijstand niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro en artikel 14 IVBPR Pro. Het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 9 oktober 1979 biedt geen grond voor een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging bevestigd.