ECLI:NL:RVS:2008:BC6446
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door werkgever
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan de werkgever een boete van €5.500 op wegens het in dienst hebben van een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning en het niet vaststellen van diens identiteit zoals voorgeschreven in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Amsterdam matigde de boete tot €2.750, onder meer vanwege het vertrouwen van de werkgever in zijn medewerker en de vermeende financiële problemen. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de werkgever verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende zorg te betrachten en dat de rechtbank ten onrechte matiging toepaste op grond van niet-onderbouwde verklaringen. Ook de financiële situatie van de werkgever bood geen grond voor matiging.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de werkgever ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen de boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt ongegrond verklaard.