ECLI:NL:RVS:2008:BC6622
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Geen nieuwe feiten bij herhaalde asielaanvraag na overdracht aan Griekenland
De vreemdeling diende op 16 maart 2007 een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, nadat hij eerder was overgedragen aan Griekenland en daar een asielaanvraag had ingediend die was afgewezen. De voorzieningenrechter had geoordeeld dat dit nieuwe feiten waren die een hernieuwde toetsing rechtvaardigden.
De Raad van State stelt echter dat de overdracht en de afwijzing in Griekenland geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die afdoen aan het eerdere besluit. De enkele, niet met stukken onderbouwde stelling dat de vreemdeling niet is gehoord in Griekenland, wordt niet als nieuw feit erkend. Ook het door de vreemdeling aangevoerde verblijf buiten de EU van meer dan drie maanden is niet aannemelijk gemaakt.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het besluit van 17 april 2007 van de staatssecretaris, waarin de aanvraag werd afgewezen, kan niet door de bestuursrechter worden getoetst omdat er geen nieuwe feiten of relevante wetswijzigingen zijn.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 februari 2008.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van 17 april 2007 blijft in stand.