Uitspraak
200104647/1en 22 augustus 2007 in zaak nr.
200701171/1) is bij de beoordeling van de verlening van een vrijstelling met toepassing van artikel 19 van Pro de WRO niet relevant dat gebruik had kunnen worden gemaakt van de mogelijkheid om een zogenoemde binnenplanse vrijstelling te verlenen als bedoeld in artikel 15 van Pro de WRO. De opvatting van de voorzieningenrechter dat een hiërarchie bestaat tussen artikel 15 en Pro artikel 19 van Pro de WRO kan dan ook niet worden gevolgd. Gelet op de bewoordingen van het besluit van 27 maart 2007 waarvan een aanvullende ruimtelijke onderbouwing van 22 maart 2007 deel uitmaakt, die expliciet de stedenbouwkundige motivering voor de goothoogte bevat, moet het ervoor worden gehouden dat het college bij dat besluit met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de WRO mede voor de overschrijding van de maximaal toegestane goothoogte vrijstelling heeft verleend. De voorzieningenrechter heeft dit niet onderkend.