ECLI:NL:RVS:2008:BC7111
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onduidelijk werkgeverschap onder Wet arbeid vreemdelingen
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde Porkland B.V. een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid zouden hebben verricht. Porkland betwistte dat zij als werkgever kon worden aangemerkt, stellende dat de vreemdelingen voor een andere vennootschap, Porkland Handel B.V., hadden gewerkt.
De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van Porkland ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat Porkland werkgever was. De inspecteurs hadden vastgesteld dat vreemdelingen arbeid verrichtten, maar er was geen bewijs dat dit in opdracht of ten dienste van Porkland was gebeurd. Ook de verklaring van de bestuurder was onvoldoende om het werkgeverschap aan Porkland toe te rekenen.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het boetebesluit van de staatssecretaris. De minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan Porkland.
Uitkomst: Het boetebesluit tegen Porkland B.V. wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van werkgeverschap onder de Wet arbeid vreemdelingen.