ECLI:NL:RVS:2008:BC7120
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering intrekking bouwvergunning stal wegens onjuiste opgave
Het college van burgemeester en wethouders van Renswoude wees een verzoek tot intrekking van een bouwvergunning af, omdat de vergunninghouder bij de aanvraag onjuiste of onvolledige opgave had gedaan over het beoogde gebruik van een stal/berging. De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant tegen deze afwijzing ongegrond, mede omdat het verboden gebruik volgens het college was gestaakt.
De appellant stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte voorbij was gegaan aan het feit dat het handhavingsbesluit niet was nageleefd, omdat het aantal boxen niet was teruggebracht en het strijdige gebruik niet was beëindigd. De Raad van State stelde vast dat het college dit ook ter zitting had bevestigd en dat er geen verdere handhaving had plaatsgevonden.
De Raad oordeelde dat het college bij de beslissing niet alleen had moeten afgaan op het gestopte gebruik, maar ook op het feit dat de stal niet overeenkomstig de vergunning was gebouwd en dat het handhavingsbesluit niet was uitgevoerd. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering, wat strijdig was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan de appellant. De zaak werd terugverwezen met de opdracht het beroep alsnog gegrond te verklaren.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering intrekking bouwvergunning wordt vernietigd.