ECLI:NL:RVS:2008:BC7307
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel en voorlopige voorziening tegen uitzetting
De staatssecretaris van Justitie heeft op 9 oktober 2007 een aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle. Op 14 december 2007 verklaarde de voorzieningenrechter het beroep ongegrond.
De vreemdeling heeft vervolgens bij de Raad van State hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. Tevens verzocht hij op 25 februari 2008 om een voorlopige voorziening die beoogt te voorkomen dat hij wordt uitgezet zolang het hoger beroep niet is beslist.
De Raad van State behandelt dit verzoek om voorlopige voorziening en het hoger beroep op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 92 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend. De zaak betreft de beoordeling van de rechtmatigheid van de afwijzing van de verblijfsvergunning en de vraag of de vreemdeling in afwachting van het hoger beroep mag blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de vreemdeling mag worden uitgezet.