ECLI:NL:RVS:2008:BC7600
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering onttrekkingsvergunning woning Den Haag wegens belang woningvoorraad
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde op 4 oktober 2005 een onttrekkingsvergunning voor een woning in Den Haag. Appellanten stelden bezwaar en beroep in tegen deze weigering, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden deze ongegrond. In hoger beroep bij de Raad van State werd het besluit bevestigd.
De kern van het geschil betrof de afweging tussen het belang van het behoud en de samenstelling van de woningvoorraad en het belang van appellanten bij onttrekking van de woning aan de bestemming tot bewoning, mede vanwege het gebruik als bedrijfsruimte. De Raad van State oordeelde dat het college terecht mocht afgaan op het advies van de afdeling Woningzaken dat woningen van de betreffende categorie schaars zijn en dat het belang van de woningvoorraad zwaarder weegt.
Daarnaast werd geoordeeld dat de investeringen en schade van appellanten tot het ondernemersrisico behoren, omdat het pand zonder vergunning als bedrijfsruimte werd gebruikt. Ook werd het beroep op compensatie afgewezen, omdat de geboden compensatie niet voldeed aan de wettelijke eisen. De Raad van State bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de onttrekkingsvergunning bevestigd.