ECLI:NL:RVS:2008:BC7623
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit college Sliedrecht tot verlening bouwvergunning ondanks bezwaar appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Sliedrecht verleende op 7 februari 2006 een bouwvergunning voor het oprichten van een woning met garage op een perceel bestemd voor verkeersdoeleinden. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, onder meer omdat het college niet inhoudelijk had gereageerd op nieuw ingediende stukken en omdat het bouwplan in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en onvoldoende ruimtelijk was onderbouwd.
De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het college terecht de stukken niet had betrokken omdat deze buiten de wettelijke termijn waren ingediend, maar dat appellant hierdoor niet in zijn belangen was geschaad omdat de rechtbank het gebrek had hersteld door de stukken alsnog te betrekken en partijen te laten reageren.
Verder stelde de Raad van State vast dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan, maar dat het college op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een vrijstelling had verleend met een voldoende ruimtelijke onderbouwing, mede gebaseerd op een in voorbereiding zijnde bestemmingsplan en stedenbouwkundige randvoorwaarden. Het belang van appellant was afgewogen tegen dat van de vergunninghouder, waarbij bezonning, uitzicht en waardevermindering zorgvuldig waren onderzocht. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.