ECLI:NL:RVS:2008:BC7645
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving ontgronding Houtvaart door provincie Fryslân
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen de ontgronding van de Houtvaart af. Het college stelde dat handhaving niet aangewezen was vanwege de hoge kosten in verhouding tot de geleden schade en het ontbreken van inhoudelijke bezwaren tegen de verdieping.
Appellant stelde dat de ontgronding niet alleen ten behoeve van waterhuishouding was uitgevoerd, maar ook particuliere belangen diende, en dat hierdoor afkalving van zijn perceel dreigde. De Raad van State oordeelde dat het waterschap als bevoegd openbaar lichaam de ontgronding ten behoeve van de waterhuishouding had uitgevoerd, waardoor geen vergunningplicht gold en het college niet handhavend kon optreden tegen dat deel.
Voor het deel van de ontgronding uitgevoerd door Wâld en Wetterwille zonder vergunning was het college wel bevoegd tot handhaving. De Raad stelde dat het college ten onrechte had geoordeeld dat handhaving onevenredig was vanwege de kosten. De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven, omdat het waterschap inmiddels eigenaar en beheerder is van het betrokken watergangdeel.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college van gedeputeerde staten van Fryslân wordt vernietigd.