ECLI:NL:RVS:2008:BC8467

Raad van State

Datum uitspraak
25 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200709040/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.Ph.J.A.M. Hennekens
  • B.C. Bosnjakovic
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan 's-Gravenweg-West 2006

Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 13 november 2007 het bestemmingsplan 's-Gravenweg-West 2006 goedgekeurd, vastgesteld door de raad van Capelle aan den IJssel op 26 maart 2007. Verzoekers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om onomkeerbare gevolgen te voorkomen.

Het plan voorziet onder meer in de realisatie van 109 woningen in twee nieuwe woningbouwgebieden. Verzoekers maken bezwaar tegen het plandeel met bestemming 'Woondoeleinden' vanwege een vermeende onevenredige aantasting van hun privacy door de situering en bouwhoogte van de nieuwe woningen nabij hun perceel.

Tijdens de zitting is gebleken dat de bouw nog niet kan starten vanwege noodzakelijke voorbelasting van de grond, met een verwachte startdatum niet eerder dan oktober 2009. Ook zijn nog geen bouwaanvragen ingediend. Hierdoor ontbreekt het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 25 maart 2008.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

200709040/2.
Datum uitspraak: 25 maart 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 november 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Capelle aan den IJssel (hierna: de raad) bij besluit van 26 maart 2007 vastgestelde bestemmingsplan "'s-Gravenweg-West 2006".
Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 januari 2008, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 januari 2008, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 11 maart 2008, waar [verzoekers], in de persoon van [verzoeker B], en het college, vertegenwoordigd door drs. K.P. Spannenburg, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord de raad, vertegenwoordigd door drs. M.E. Smits, ambtenaar in dienst van de gemeente.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan heeft betrekking op het westelijk deel van de 's-Gravenweg en betreft een actuele juridische planologische regeling voor de bestaande bebouwing. Daarnaast voorziet het plan in het realiseren van 109 woningen in twee nieuwe woningbouwgebieden.
2.3. [verzoekers] stellen dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden" en de nadere aanduiding "maximale goothoogte 6 meter en maximale bouwhoogte 9,5 meter (6/9,5)", gelegen achter hun woning. [verzoekers] voeren daartoe aan dat het plandeel leidt tot een onevenredige aantasting van hun privacy omdat het bouwvlak van de ter plaatse voorziene nieuwe woning te dicht op hun perceel is gesitueerd en ter plaatse een hogere bouwhoogte is toegestaan dan de bouwhoogte van de bestaande woningen aan het 's-Gravenpark.
2.4. [verzoekers] beogen met het verzoek onomkeerbare gevolgen van inwerkingtreding van het desbetreffende plandeel te voorkomen.
2.5. Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat voordat met de bouw van de woningen kan worden begonnen, de desbetreffende gronden moeten worden voorbelast. Daarbij heeft de raad aangegeven dat, afhankelijk van de wijze van voorbelasten, op zijn vroegst in oktober 2009 met de bouw van de woningen kan worden gestart en dat voor de woningen nog geen bouwaanvragen zijn ingediend.
Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat de voor het treffen van een voorlopige voorziening vereiste spoed ontbreekt.
2.6. De conclusie is dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bosnjakovic, ambtenaar van Staat.
w.g. Hennekens w.g. Bosnjakovic
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2008
410-525.