Uitspraak
200500395/1, hier niet relevant, nu in die zaak vaststond dat de aangeschrevenen niet beschikten over zelfstandige woonruimte en veelvuldig mensen in de recreatiewoning waren aangetroffen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo legde een dwangsom op aan [wederpartij] om het gebruik van zijn recreatiewoonverblijf als hoofdverblijf te staken, omdat het bestemmingsplan dit verbiedt. [Wederpartij] voerde aan dat hij zijn hoofdverblijf elders had en betwistte de overtreding.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een overtreding, mede omdat [wederpartij] slechts eenmaal in de recreatiewoning was aangetroffen en ingeschreven stond op een ander adres.
De Afdeling verwierp de aanvullende stukken van het college die pas laat in de procedure waren ingebracht en bevestigde het vernietigen van het besluit. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [wederpartij].
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de dwangsom wordt vernietigd.