ECLI:NL:RVS:2008:BC8564
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.H.M. van Altena
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning wegens gevaar voor openbare orde op grond van strafrechtelijke veroordeling
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De minister had de aanvraag geweigerd op grond van artikel 3.77, eerste lid, aanhef en onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000, vanwege een gevaar voor de openbare orde. Dit gevaar werd onderbouwd met een strafrechtelijke veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
De vreemdeling betoogde dat de strafrechtelijke veroordeling niet op zijn naam stond, maar op die van een andere persoon, en dat de minister niet bevoegd was om zelf een strafrechtelijk onderzoek te verrichten. De Raad van State oordeelde echter dat de afname en vergelijking van vingerafdrukken in het kader van de aanvraagprocedure plaatsvond en geen strafrechtelijk onderzoek betrof. De vingerafdrukken kwamen overeen met die van de veroordeelde persoon, en de vreemdeling had zelf verklaard eerder onder die naam een vrijheidsstraf te hebben uitgezeten.
De Raad van State vond geen grond om te twijfelen aan de juistheid van het dactyloscopisch onderzoek en bevestigde dat de minister bevoegd was om de verblijfsvergunning te weigeren op grond van de genoemde wettelijke bepalingen. De grieven van de vreemdeling werden verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens gevaar voor de openbare orde op grond van een strafrechtelijke veroordeling.