ECLI:NL:RVS:2008:BC9041
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing gehandicaptenparkeerplaats wegens onzorgvuldigheid en bijzondere omstandigheden
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees op 20 maart 2006 de aanvraag van appellant voor een gehandicaptenparkeerplaats af, omdat binnen de vastgestelde loopafstand doorgaans voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zouden zijn. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna de rechtbank het beroep eveneens afwees. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college een ruime beleidsvrijheid heeft bij het vaststellen van criteria voor gehandicaptenparkeerplaatsen, maar dat het beleid niet kennelijk onredelijk mag zijn. Het college baseerde zich op een verkeersonderzoek dat op enkele dagen werd uitgevoerd, maar gaf onvoldoende uitleg over de verschillen met vergelijkbare situaties waarbij wel parkeerplaatsen werden toegekend. Tevens had het college onvoldoende aandacht besteed aan de bijzondere gezinssituatie van appellant, waarbij ook zijn zoon en vrouw medische beperkingen hebben.
Gelet op deze onzorgvuldigheden en het ontbreken van een juiste belangenafweging oordeelde de Raad van State dat het hoger beroep gegrond is. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd. Het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de gehandicaptenparkeerplaats wordt vernietigd en het college dient een nieuw besluit te nemen.