ECLI:NL:RVS:2008:BC9042
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens uitoefening zelfstandig beroep
De appellant heeft een aanvraag ingediend voor toevoeging van rechtsbijstand in verband met een dagvaarding door een vennootschap waarvoor hij mede-directeur is. De raad voor rechtsbijstand wees de aanvraag af omdat het rechtsbelang verband houdt met de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van de raad, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
De appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte het criterium van zelfstandige beslissingsbevoegdheid hanteerde en dat hij ten onrechte persoonlijk aansprakelijk werd gesteld. De Raad van State overwoog dat het voor de toepassing van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand niet gaat om zelfstandige beslissingsbevoegdheid, maar of het rechtsbelang is ontstaan in het kader van een zelfstandig beroep of bedrijf.
Aangezien appellant als bestuurder werd aangesproken voor onbetaalde facturen van de vennootschap, is sprake van een belang uit de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf. De uitzonderingen op de afwijzing waren niet van toepassing, zodat de raad de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor toevoeging rechtsbijstand wordt bevestigd omdat het rechtsbelang verband houdt met de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf.