ECLI:NL:RVS:2008:BC9056
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen besluit aanwijzing ligplaatsen woonschepen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde op 28 juni 2005 het Besluit aanwijzing ligplaatsen voor woonschepen vast. Appellanten dienden bezwaar in tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd bij besluit van 3 juli 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaarperiode en vernietigde het besluit van 3 juli 2006.
Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of het bezwaar van appellanten tijdig was ingediend. Het besluit was gepubliceerd in het Gemeenteblad van 4 november 2005, waarmee de bezwaarperiode van 6 weken begon te lopen op 5 november 2005 en eindigde op 16 december 2005. Appellanten dienden hun bezwaar echter op 17 december 2005 in, dus na afloop van de termijn.
Appellanten voerden aan dat zij niet op de hoogte waren van de termijn omdat de e-mail met het besluit geen rechtsmiddelenvoorlichting bevatte en dat zij pas op 12 november 2005 via derden een mededeling met rechtsmiddelenvoorlichting ontvingen. De Raad van State oordeelde dat de publicatie in het Gemeenteblad voldeed aan de wettelijke eisen voor bekendmaking en dat de termijn correct was vastgesteld. Het ontbreken van rechtsmiddelenvoorlichting in de e-mail was onvoldoende om het verzuim te verontschuldigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.