ECLI:NL:RVS:2008:BC9066
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- M.A.A. Mondt-Schouten
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en niet-ontvankelijkheid beroep vrijstelling bestemmingsplan bedrijventerrein Lindebrook
Het college van burgemeester en wethouders van Groenlo verleende op 13 februari 2006 vrijstelling van het bestemmingsplan voor de aanleg van wegen en riolering op het bedrijventerrein Lindebrook te Lichtenvoorde. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van wederpartijen gegrond en vernietigde het besluit. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college bevoegd was de vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, mede vanwege een geldige algemene verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten van Gelderland met een geldigheidsduur van vijf jaar. De rechtbank had dit niet onderkend.
Vervolgens werd vastgesteld dat het bestemmingsplan op 3 april 2007 door gedeputeerde staten was goedgekeurd en inmiddels onherroepelijk was geworden, waardoor vrijstelling niet meer nodig was. Hierdoor hadden de wederpartijen geen belang meer bij hun beroep, dat daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank Zutphen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van wederpartijen wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden en vrijstelling niet meer nodig is.