ECLI:NL:RVS:2008:BC9073
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt-Schouten
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks huwelijk tussen werkgever en vreemdeling
De staatssecretaris van Sociale Zaken legde een boete van €4.000 op aan de wederpartij wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid te laten verrichten.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het boetebesluit, omdat zij oordeelde dat de Wav niet van toepassing was vanwege het huwelijk en de gemeenschap van goederen tussen de wederpartij en de vreemdeling. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het bestuur over de eenmanszaak bij de wederpartij bleef berusten en dat het huwelijk niet betekent dat de vreemdeling in eigen bedrijf werkte. Ook is het werkgeversbegrip in de Wav ruim en is het niet relevant of er een arbeidsovereenkomst of gezagsverhouding bestaat. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de Wav niet van toepassing was.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de wederpartij ongegrond verklaard. De boete blijft gehandhaafd. De Raad van State wees het lex mitior-beginsel af omdat de wetswijziging na de overtreding plaatsvond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt de boete van €4.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.