Uitspraak
200406742/2). Naar [appellant] betoogt heeft de Afdeling in de uitspraak van 25 mei 2005 overwogen dat de omvang van het geding is beperkt tot de vraag of een bedrijfswoning op het perceel noodzakelijk is.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Cuijk weigerde een bouwvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning met garage op een perceel bestemd voor agrarisch gebruik. Het bezwaar van appellant tegen deze weigering werd door het college en later door de rechtbank ongegrond verklaard. Appellant stelde dat de kwekerij nog steeds een agrarisch bedrijf was en dat de bedrijfswoning noodzakelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op het moment van het besluit op bezwaar de kwekerij feitelijk niet meer in bedrijf was en dat het bestemmingsplan alleen bebouwing ten behoeve van een daadwerkelijk uitgeoefend agrarisch bedrijf toestaat. Hoewel appellant stelde dat de bedrijfsactiviteiten hervat zouden worden, was dit niet aannemelijk gemaakt met een ondernemingsplan of concrete plannen.
Verder werd vastgesteld dat moderne technieken het mogelijk maken om de kwekerij op afstand te bedienen, waardoor continu toezicht en wonen op het perceel niet noodzakelijk zijn. De Afdeling concludeerde dat er geen sprake was van een reëel agrarisch bedrijf en dat de noodzaak voor een bedrijfswoning ontbrak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.