Uitspraak
200302949/1(Gst. 2004, 7202, 30) moeten, naarmate de inbreuk van dat project op het geldende planologische situatie groter is, aan de ruimtelijke onderbouwing van een project zwaardere eisen worden gesteld.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwerkerk aan den IJssel verleende vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van een tweede woning op een perceel waar volgens het bestemmingsplan slechts één woning is toegestaan. Tegen dit besluit maakte een belanghebbende bezwaar, waarna de voorzieningenrechter het besluit vernietigde wegens het ontbreken van een goede ruimtelijke onderbouwing.
Het college en de aanvrager stelden in hoger beroep dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van een ingrijpende inbreuk op het bestemmingsplan en dat het overgangsrecht geen rol speelt. De Raad van State oordeelde echter dat het bouwen van een tweede woning een ingrijpende afwijking is en dat het overgangsrecht niet van toepassing is omdat het bouwplan voorziet in sloop en nieuwbouw.
Verder werd geoordeeld dat het college te veel gewicht had toegekend aan de feitelijke situatie en onvoldoende rekening had gehouden met het provinciale beleid dat terughoudend is ten aanzien van nieuwbouw in het buitengebied. Ook het beroep op bij de belanghebbende gewekte verwachtingen kon het college niet baten, omdat het bestemmingsplan sinds 1995 ongewijzigd is gebleven.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de vrijstelling en bouwvergunning voor de tweede woning wordt bevestigd.