ECLI:NL:RVS:2008:BC9104
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige termijnoverschrijding bij plaatsing jeugdige vreemdeling in politiecel
De zaak betreft de tenuitvoerlegging van vreemdelingenbewaring van een zestienjarige vreemdeling die aanvankelijk in een politiecel werd geplaatst. Volgens de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) dienen jeugdige vreemdelingen van zestien tot achttien jaar in beginsel in een jeugdinrichting te worden geplaatst, met een maximale verblijfsduur in een politiecel van tien dagen.
De vreemdeling verbleef vanaf 8 december 2007 in een politiecel, waarna hij op 14 december in een huis van bewaring en vanaf 18 december in een jeugdinrichting werd geplaatst. De staatssecretaris stelde dat er geen eerdere plaats was in een jeugdinrichting, maar kon dit niet onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een termijnoverschrijding en dat de tenuitvoerlegging onrechtmatig was. De Raad van State bevestigde dit oordeel en wees het hoger beroep van de staatssecretaris af. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de termijn voor plaatsing van de zestienjarige vreemdeling in een jeugdinrichting is overschreden, waardoor de maatregel onrechtmatig was.