Uitspraak
200501647/1en uitspraak van 15 november 2006 in zaak nr.
200600586/1) is dit niet anders indien vaststaat dat de omgeving van het beschermde monument een rol heeft gespeeld bij de aanwijzing tot beschermd monument. Nu de als rijksmonument aangewezen bouwwerken door de bouw van de windturbines niet als zodanig worden gewijzigd of verstoord, zijn voor de bouwplannen geen monumentenvergunningen als bedoeld in artikel 11, tweede lid, aanhef en onder a, van de Monumentenwet 1988 vereist. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Aldus is zij tevens ten onrechte tot het oordeel gekomen dat het college op grond van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder e, van de Woningwet de bouwvergunningen terecht heeft geweigerd.
200701410/1 en 200701503/1) dat in situaties als deze aan een tweede bouwvergunning de voorwaarde moet worden verbonden dat daarvan geen gebruik mag worden gemaakt zolang de eerste bouwvergunning niet is ingetrokken. De Afdeling zal verder de bezwaren tegen het besluit van 17 januari 2006 gegrond verklaren, dit besluit herroepen en wat betreft de aanvragen voor een monumentenvergunning als bedoeld in artikel 11, tweede lid, aanhef en onder a, van de Monumentenwet 1988 bepalen dat voor de bouwplannen geen monumentenvergunningen zijn vereist.