Uitspraak
200503163/1en 11 oktober 2006 in zaak nr.
200600476/1, terecht geoordeeld dat het bouwwerk door de grotere inhoud en oppervlakte in combinatie met de geplaatste tuindeuren geschikt is gemaakt om te worden gebruikt als recreatiewoning en dat de bouwwerkzaamheden er derhalve toe strekken een relevante wijziging in het gebruik mogelijk te maken. Nu de bestaande afwijkingen derhalve naar de aard van het plan worden vergroot, zijn de bouwwerkzaamheden in strijd met artikel 31, tweede lid, van de planvoorschriften. In de omstandigheid dat [appellante] bij brief van 31 oktober 2003 een bouwvergunning heeft aangevraagd, is, zoals de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen, geen grond gelegen voor het oordeel dat concreet zicht op legalisering bestond, wat er zij van de vraag of het college tijdig op deze aanvraag heeft beslist.
200206251/1), kan een last onder dwangsom uitsluitend worden opgelegd wegens overtreding van het bepaalde bij of krachtens een wettelijk voorschrift. In dit geval gaat het om overtreding van het in artikel 40, eerste lid, van de Woningwet neergelegde verbod om zonder bouwvergunning te bouwen. Nu de last strekt tot ongedaan maken van de door [appellante] verrichte bouwwerkzaamheden, is deze niet in strijd met artikel 5:32, tweede lid, van de Awb.