ECLI:NL:RVS:2008:BC9598
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning bedrijfshal in landelijk gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk verleende op 16 november 2006 een vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwen van een bedrijfshal op een perceel in een landelijk gebied. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond.
Verzoeker stelde vervolgens bij de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening in, met het oog op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De voorzitter behandelde het verzoek tijdens een zitting waarbij partijen werden gehoord.
De voorzitter oordeelde dat het bouwplan in strijd is met de beleidslijn uit het Streekplan Noord-Brabant 2002, waarin bedrijven met een kavel groter dan 5.000 m² niet passend worden geacht in landelijk gebied. Echter, het college van gedeputeerde staten had een verklaring van geen bezwaar afgegeven, waarbij een afwijking van deze beleidslijn werd gerechtvaardigd vanwege planologische winst en realisering van reconstructiedoelen.
De voorzitter vond geen aanleiding om aan te nemen dat de vergunning onrechtmatig was verleend of dat de uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zou blijven. De voorziene bedrijfshal ligt niet binnen de stankcirkel van het agrarisch bedrijf van verzoeker en er is aannemelijk gemaakt dat grond vrijkomt voor natuurontwikkeling. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor de bedrijfshal wordt afgewezen.