ECLI:NL:RVS:2008:BC9609
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning antennemast ondanks bezwaar omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Voorst verleende op 3 september 2001 een bouwvergunning en vrijstelling voor het plaatsen van een antennemast op een perceel met agrarische bestemming. Een omwonende, appellant, maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat het bouwplan in strijd was met het gemeentelijk beleid en dat alternatieve locaties minder hinder zouden veroorzaken.
Na een ongegrond verklaard bezwaar door het college en een afwijzing van het beroep door de rechtbank Zutphen, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het college terecht vrijstelling verleende op grond van het gemeentelijke beleid, waarbij de gekozen locatie passend werd geacht vanwege de nabijheid van een sportterrein met bestaande verticale elementen.
De Raad van State oordeelde dat het college voldoende rekening had gehouden met de belangen van appellant, waaronder de uitzichtbeperking, en dat het bestaan van alternatieve locaties niet tot weigering van de vergunning leidde omdat deze alternatieven niet duidelijk minder bezwaren opleverden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning voor de antennemast bevestigd.