ECLI:NL:RVS:2008:BC9614
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- S.C. van Tuyll van Serooskerken
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake inzage AIVD-gegevens overleden vader
Appellant verzocht de minister van Binnenlandse Zaken om inzage in gegevens die bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) berusten over zijn overleden vader. De minister weigerde inzage in actuele gegevens en verstrekte niet-actuele gegevens alleen voor zover de nationale veiligheid dit toeliet. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar vermeldde niet de beslissing, wat in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State stelde vast dat de uitspraak van de rechtbank vernietigd moest worden wegens het ontbreken van de beslissing. De Raad behandelde het beroep zelf inhoudelijk. Appellant stelde dat het verzoek getoetst had moeten worden aan de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en dat het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM) was geschonden. De Raad oordeelde dat de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002) van toepassing was en dat de Wob niet van toepassing is op gegevens van de AIVD.
Appellant verleende geen toestemming voor kennisneming van geheime stukken, waardoor de Raad moest besluiten zonder deze gegevens. Op basis van de beschikbare stukken vond de Raad geen reden om te oordelen dat de minister onterecht de gevraagde gegevens had geweigerd. De verwijzing naar eerdere jurisprudentie was niet relevant omdat die op de Wob was gebaseerd. De gestelde EVRM-schendingen hadden geen betrekking op het verzoek om inzage. Het beroep werd ongegrond verklaard en appellant kreeg het betaalde griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de weigering van inzage in AIVD-gegevens blijft gehandhaafd.