ECLI:NL:RVS:2008:BC9618
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.H. Krol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake wijziging bouwplan en bouwvergunning in Rotterdam-Overschie
Op 16 mei 2006 werd aan William House XLVI B.V. bouwvergunning verleend voor een bouwplan in Rotterdam-Overschie met onder meer een ondergrondse parkeerplaats, supermarkten, dagwinkels, een bibliotheek en woningen. Vergunninghoudster diende op 28 oktober 2005 een bouwaanvraag in, later gewijzigd met betrekking tot de situering van expeditie-ingangen.
Appellante stelde dat de wijziging van het bouwplan geen wijziging van ondergeschikte aard betrof en dat een nieuwe vergunningaanvraag vereist was. Zij voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had afgezien van het horen van een getuige over de oorspronkelijke situering van de expeditie-ingangen. De Afdeling oordeelde dat het oorspronkelijke bouwplan al voorzag in een expeditie-ingang aan de Hoornsingel en dat de wijziging slechts beperkte bouwtechnische en stedenbouwkundige gevolgen had zonder toename van verkeersbewegingen of verslechtering van de woonomgeving.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door de redelijkheid van de verleende ontheffing van de bouwverordening te toetsen, terwijl dit niet aan de orde was in hoger beroep. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.