ECLI:NL:RVS:2008:BC9687
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voortvarendheid bij overplaatsing vreemdeling naar uitzetcentrum ondanks capaciteitsgebrek
De vreemdeling werd op 28 januari 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris van Justitie stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State onderzocht of de staatssecretaris met de vereiste voortvarendheid had gehandeld, ondanks dat de overplaatsing naar het uitzetcentrum acht dagen na de bewaring plaatsvond vanwege capaciteitsgebrek bij de vreemdelingendienst. De staatssecretaris had op de dag na overplaatsing een vlucht naar Turkije aangevraagd, waarna de vreemdeling op 11 februari 2008 werd uitgezet.
De Raad concludeerde dat het capaciteitsgebrek de vertraging niet rechtvaardigt, maar dat de voortvarendheid in de totale uitzettingsprocedure niet was geschonden. De grief van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.