ECLI:NL:RVS:2008:BD0366
Raad van State
- Hoger beroep
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning voor woninguitbreiding eerste verdieping in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen weigerde op 15 februari 2006 een bouwvergunning voor het vergroten van een woonhuis op de eerste verdieping door het inpandig balkon dicht te bouwen. De aanvraag betrof een perceel met bestemmingen 'Woondoeleinden' en 'Erf', waarbij het bestemmingsplan 'Elsrijk-Zuid' een maximum van één bouwlaag op gronden met de bestemming 'Erf' voorschrijft.
De appellant maakte bezwaar tegen de weigering, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Amsterdam, die het beroep ongegrond verklaarde. Het hoger beroep bij de Raad van State richtte zich tegen deze uitspraak. De appellant voerde onder meer een beroep op overgangsrecht aan, maar dit werd niet tijdig ingebracht en bleef daarom buiten beschouwing.
De Raad van State oordeelde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het bouwplan afbreuk doet aan de stedenbouwkundige structuur waarop het bestemmingsplan is gebaseerd. De rechtbank had terecht overwogen dat de toegestane bouwdiepte op de bestemming 'Woondoeleinden' op 10 meter is gesteld, ondanks dat de woning op de begane grond dieper was. De weigering van vrijstelling op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening was daarmee gerechtvaardigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de bouwvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.