ECLI:NL:RVS:2008:BD0742
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag voor functie leerling groepleidster bevestigd
De minister van Justitie weigerde op 8 september 2006 de afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan de aanvrager, die deze nodig had voor een functie als leerling groepleidster bij een kinderdagverblijf. De minister baseerde dit op een veroordeling van 10 juli 2006 voor medeplegen van handel in harddrugs, met een gevangenisstraf en werkstraf, en een nog lopende proeftijd.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van de aanvrager gegrond en vernietigde het besluit van de minister, onder meer vanwege de jonge leeftijd van de aanvrager en haar succesvolle opleiding en werkhervatting. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister terecht het belang van de samenleving zwaarder mocht laten wegen dan het belang van de aanvrager, mede vanwege het geringe tijdsverloop sinds de veroordeling en de lopende proeftijd. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard en de weigering bevestigd.