Uitspraak
200308509/1kan de - in dit geval door [appellante A] opgeworpen - vraag of een bouwvergunning van rechtswege is verleend niet worden beantwoord dan na onderzoek door de rechter of zich een weigeringsgrond ingevolge het bestemmingsplan voordoet. De rechter is daarbij niet gebonden aan hetgeen partijen daaromtrent stellen. De rechtbank is dan ook niet in strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht buiten de omvang van het geding getreden door zelf een oordeel te geven over de van toepassing zijnde bestemming.
200600476/1kan worden afgeleid dat haar een geslaagd beroep op het overgangsrecht toekomt door de enkele omstandigheid dat door het dichtbouwen van het dakoverstek en het aan het restaurant gelegen terras tot een serreachtige aanbouw de oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot. Een relevante wijziging in het beoogde gebruik kan namelijk tot gevolg hebben dat een grotere afwijking van het bestemmingsplan ontstaat.
200500809/1, bij de beantwoording van de vraag of het college het bouwplan terecht aan het bestemmingsplan heeft getoetst geen plaats is voor de door [appellante A] voorgestane indringende toetsing van de juistheid van de bestemmingsregeling die in dit plan ten aanzien van het betrokken perceel is opgenomen. De mogelijkheid om in het kader van een procedure die is gericht tegen een weigering bouwvergunning te verlenen de gelding van de toepasselijke bestemmingsregeling aan de orde te stellen, strekt niet zover dat het desbetreffende onderdeel van het bestemmingsplan opnieuw kan worden onderworpen aan de bij de goedkeuring van dat plan te hanteren toetsingsmaatstaf, waartegen een andere procedure bij de Afdeling mogelijk is geweest.