ECLI:NL:RVS:2008:BD0749
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- W. van den Brink
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluiten wegens onjuiste toepassing overgangsrecht bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Woudenberg legde aan appellanten dwangsommen op om het strijdige gebruik van een perceel met het bestemmingsplan 'Buitengebied 1995' te beëindigen. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat het gebruik onder het overgangsrecht viel, omdat het perceel al vóór de peildatum 15 juni 1999 in strijd met het bestemmingsplan werd gebruikt en het college hiervan op de hoogte was zonder op te treden.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat het gebruik van de cellen op het perceel een wijziging van het bestaande gebruik betrof die de afwijking van het bestemmingsplan vergrootte. Het college was weliswaar op de hoogte van strijdig gebruik, maar had dit niet adequaat onderzocht en gemotiveerd in haar besluiten.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en de besluiten van het college, en bepaalde dat het college opnieuw op de bezwaren moet beslissen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de handhavingsbesluiten worden vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het overgangsrecht.