ECLI:NL:RVS:2008:BD0752
Raad van State
- Hoger beroep
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit herziening huursubsidie wegens hoofdverblijf echtgenoot
De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer had de huursubsidie van de wederpartij voor het tijdvak 1 juli 2005 tot 1 januari 2006 herzien en op nihil gesteld, met terugvordering van €1.537,56, omdat de echtgenoot van de wederpartij op het subsidieadres stond ingeschreven en het gezamenlijke inkomen te hoog was.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit, omdat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de echtgenoot daadwerkelijk zijn hoofdverblijf op het subsidieadres had, ondanks de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA).
De Raad van State overwoog dat de minister in beginsel mocht afgaan op de inschrijving in de GBA, maar dat het aan de wederpartij was om aannemelijk te maken dat de echtgenoot elders woonde. De wederpartij leverde diverse stukken aan ter onderbouwing, waaronder een huurovereenkomst, betalingsbewijzen, verklaringen en proces-verbaal van aangifte. De minister had deze stukken niet weerlegd.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond. Tevens werd het griffierecht van €428,00 opgelegd aan de minister.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Breda bevestigd.