ECLI:NL:RVS:2008:BD0772

Raad van State

Datum uitspraak
29 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200705685/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Lubberdink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:15 AwbAlgemene wet bestuursrechtWet openbaarheid van bestuur
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar tegen uitblijven besluit inzake Wob-verzoek bij politieregio Limburg Noord

De appellant had bij de korpsbeheerder van de regiopolitie Limburg Noord bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een besluit op zijn Wob-verzoek. De korpsbeheerder verklaarde het bezwaar ongegrond en maakte de gevraagde gegevens openbaar. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat de elektronische weg voor het indienen van Wob-verzoeken niet kenbaar was opengesteld door de politieregio's Limburg Zuid en Noord.

De Raad van State overwoog dat hoewel geen expliciete mededeling was gedaan, een bestendige bestuurlijke praktijk waarbij Wob-verzoeken via elektronische weg werden ingediend en behandeld, voldoende grond bood voor appellant om aan te nemen dat deze weg was opengesteld. Het feit dat verzoeken aan een specifieke medewerkster van Limburg Zuid werden gericht en doorgezonden naar Limburg Noord deed hieraan niet af.

Het betoog van appellant dat het verloren gaan van zijn verzoek voor rekening van de korpsbeheerder moest komen, faalde omdat het verzoek aan een onbevoegd bestuursorgaan was gericht. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

200705685/1.
Datum uitspraak: 29 april 2008.
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak nr. 07/265 van de rechtbank Roermond van 8 augustus 2007 in het geding tussen:
appellant
en
de korpsbeheerder van de regiopolitie Limburg Noord.
1. Procesverloop
Bij besluit van 27 februari 2007 heeft de korpsbeheerder van de regiopolitie Limburg Noord (hierna: de korpsbeheerder) het bezwaar van [appellant] tegen het uitblijven van een besluit ongegrond verklaard. Voorts heeft hij hierbij de gevraagde gegevens met betrekking tot de beschikking nr. 99100404127 openbaargemaakt.
Bij uitspraak van 8 augustus 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Roermond (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 augustus 2007, hoger beroep ingesteld.
De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 januari 2008, waar de korpsbeheerder, vertegenwoordigd door drs. A.F. Quaedvlieg, werkzaam bij de politieregio, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover thans van belang, kan een bericht elektronisch naar een bestuursorgaan worden verzonden voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend.
2.2. Namens [appellant] is bij e-mailbericht van 5 december 2006 een verzoek gedaan om de gegevens met betrekking tot de beschikking nr. 99100404127. Dit e-mailbericht is verzonden aan een medewerker van de politieregio Limburg Zuid. In reactie op dit e-mailbericht is te kennen gegeven dat de informatie niet bij de politieregio Limburg Zuid, maar bij de politieregio Limburg Noord berust en dat het verzoek bij e-mailbericht van 6 december 2006 daarheen is doorgezonden. Bij e-mailbericht van 14 januari 2007 is politieregio Limburg Zuid nogmaals verzocht om voormelde gegevens. Hierop is wederom geantwoord dat de informatie niet bij die politieregio, maar bij de politieregio Limburg Noord berust en dat het verzoek bij e-mailbericht van 18 januari 2007 nogmaals daarheen is doorgezonden.
De korpsbeheerder heeft zich in het besluit op bezwaar op het standpunt gesteld dat de e-mailberichten van 6 december 2006 en 18 januari 2007 de politieregio Limburg Noord nimmer hebben bereikt. Volgens hem was daardoor geen sprake van een verzoek om informatie en derhalve ook niet van een weigering op dat verzoek te beslissen.
2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat politieregio Limburg Zuid, noch politieregio Limburg Noord kenbaar heeft gemaakt dat de elektronische weg voor het doen van Wob-verzoeken is opengesteld.
2.3.1. Vaststaat dat beide politieregio's niet uitdrukkelijk kenbaar hebben gemaakt dat de elektronische weg voor het doen van Wob-verzoeken is geopend. Anders dan de rechtbank heeft aangenomen, kan een bestendige bestuurlijke praktijk waarbij Wob-verzoeken reeds vele malen via de elektronische weg zijn ingediend en hierop is besloten grond bieden voor het oordeel dat aan de verzoeker kenbaar is gemaakt dat de elektronische weg voor dergelijke verzoeken is geopend.
Zoals [appellant] onweersproken heeft gesteld, zijn door zowel politieregio Limburg Zuid, als politieregio Limburg Noord vele via de elektronische weg ingediende Wob-verzoeken afgehandeld. Onder die omstandigheden, mocht [appellant] er in dit geval van uitgaan dat beide politieregio's hiermee de elektronische weg ten aanzien van Wob-verzoeken voor hem hebben opengesteld. Dat de verschillende verzoeken werden gericht aan een specifieke medewerkster van de regiopolitie Limburg Zuid en deze door haar werden behandeld dan wel doorgezonden, kan hieraan niet afdoen, nu onweersproken is gebleven dat elektronische verzoeken die betrekking hadden op informatie die berustte onder de politieregio Limburg Noord, door die politieregio zijn afgehandeld.
2.4. [appellant] bestrijdt voorts het standpunt van de korpsbeheerder dat het in het ongerede raken van het verzoek van 5 december 2006 voor zijn risico dient te komen.
2.4.1. Dit betoog faalt. Nu het Wob-verzoek aan een onbevoegd bestuursorgaan is gericht, komt de omstandigheid dat het bevoegde bestuursorgaan niet wordt bereikt niet voor rekening van laatstgenoemd bestuursorgaan.
2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van de gronden waarop deze rust, te worden bevestigd.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.
w.g. Lubberdink w.g. Klein
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2008.
176-538.