ECLI:NL:RVS:2008:BD1115
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belangenafweging bij langdurige overbrenging in vreemdelingenbewaring
In deze zaak is appellant in vreemdelingenbewaring gesteld na een langdurige overbrenging van meer dan tien uur, wat door de rechtbank als een procedureel gebrek is aangemerkt. De appellant stelde dat dit gebrek op grond van Europees recht en de Grondwet geen ruimte laat voor een belangenafweging en dat zijn belangen zwaarder wegen dan die van de staatssecretaris.
De Raad van State overweegt dat het betoog van appellant onvoldoende is toegelicht en faalt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat ondanks het gebrek de belangen van appellant niet zwaarder wegen dan die van de staatssecretaris, mede omdat appellant niet meewerkt aan zijn uitzetting en de bewaring binnen de wettelijke termijnen is gesteld.
Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.