ECLI:NL:RVS:2008:BD1541
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring na ongewenstverklaring en weigering medewerking aan uitzetting
De vreemdeling is sinds augustus 2006 in vreemdelingenbewaring gehouden, met onderbrekingen door strafrechtelijke detentie, en had op het moment van de zitting ongeveer vijftien maanden in bewaring doorgebracht. Hij is ongewenst verklaard en heeft de rechtsplicht Nederland te verlaten, maar weigert medewerking aan zijn uitzetting naar Algerije.
De staatssecretaris heeft meerdere pogingen gedaan tot uitzetting, onder meer via Tunesië, maar ondervond diplomatieke problemen. De Algerijnse autoriteiten hebben een laissez-passer toegezegd, maar vanwege het gedrag van de vreemdeling is uitzetting met een reguliere vlucht niet mogelijk en moet een chartervlucht via een derde land worden georganiseerd.
De rechtbank had de bewaring opgeheven vanwege de lange duur en onzekerheid over uitzetting, maar de Raad van State oordeelt dat het belang van de staatssecretaris bij handhaving van de openbare orde en uitzetting zwaarder weegt. De vreemdeling heeft onvoldoende medewerking verleend en het risico dat hij zich aan uitzetting onttrekt, is reëel.
Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt gehandhaafd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.