Uitspraak
200501590/1. Daartoe heeft de Afdeling als volgt overwogen:
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant had op 29 mei 2007 goedkeuring verleend aan het bestemmingsplan "Reparatieherziening kern Sleeuwijk" vastgesteld door de gemeenteraad van Werkendam. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de Raad van State. Het geschil betrof met name de bestemming "Bedrijfsdoeleinden (B)" en het bouwvlak voor een perceel waarop een loods staat.
Appellant voerde aan dat het bouwvlak te klein was en de toegestane goothoogte lager dan de bestaande loods, en dat de door hem gewenste bouwmogelijkheden noodzakelijk waren voor een doelmatige bedrijfsvoering. Het college en de raad verwezen naar een advies van het BRO en stelden dat het plan in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening, mede vanwege cultuurhistorische waarden.
De Afdeling oordeelde dat het college en de raad onvoldoende hadden gemotiveerd waarom het plan niet in strijd was met een goede ruimtelijke ordening, mede omdat het plan niet was afgestemd op de feitelijke situatie van de bestaande loods. Het college had daarmee gehandeld in strijd met artikel 3:2 en Pro 10:27 van de Awb. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover het plandeel met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden (B)" betreft, en goedkeuring aan dat plandeel onthouden.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en goedkeuring aan het plandeel met bestemming bedrijfsdoeleinden wordt onthouden.