ECLI:NL:RVS:2008:BD2600

Raad van State

Datum uitspraak
28 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200707338/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Th.G. Drupsteen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Voorschrift 1.1.1 Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheerVoorschrift 1.1.2 Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering handhaving geluidsoverlast nutsschool De Meent

Het college van burgemeester en wethouders van Waalre wees het verzoek van appellant om handhaving van geluidsoverlast bij nutsschool De Meent af. Appellant stelde dat de geluidsoverlast niet door spelende kinderen op het nieuwe terrein werd veroorzaakt, maar door activiteiten op het binnenterrein, met name het gebruik van een tafeltennistafel. Tevens stelde appellant dat het plaatsen van de tafeltennistafel in strijd was met eerdere toezeggingen en dat de waarde van zijn woning was gedaald.

De Raad van State beoordeelde de situatie aan de hand van het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer, waarbij het onderscheid tussen een binnenterrein en een onverwarmd, onoverdekt terrein van belang is voor de beoordeling van het stemgeluid van personen. Uit een geluidsmeting bleek dat het schoolplein niet als een binnenterrein kan worden aangemerkt, zodat het stemgeluid buiten beschouwing mag worden gelaten bij de beoordeling van het geluidsniveau.

De Raad concludeerde dat de grenswaarden voor geluid niet werden overschreden en dat er geen sprake was van overtreding van wettelijke voorschriften. Het college was daarom niet bevoegd handhavend op te treden. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek werd ongegrond verklaard.

Uitspraak

200707338/1.
Datum uitspraak: 28 mei 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Waalre,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 28 augustus 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalre (hierna: het college) het door [appellant] tegen het besluit van 17 november 2005 tot afwijzing van een verzoek om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen met betrekking tot nutsschool "De Meent" op het perceel Anemonelaan 2 te Waalre gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 oktober 2007, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 mei 2008, waar het college, vertegenwoordigd door S.G. Beekman, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. [appellant] voert aan dat het college zijn verzoek om handhaving ten onrechte heeft afgewezen. Hij stelt dat de door hem ervaren geluidsoverlast niet, zoals het college meent, door de spelende kinderen op het nieuwe terrein wordt veroorzaakt, maar afkomstig is vanuit het binnenterrein van de school en vooral wordt veroorzaakt door het gebruik van een tafeltennistafel. Op een omsloten buitenterrein behoren dezelfde regels te gelden als op een binnenterrein als het gaat om geluidsoverlast. Het plaatsen van een tafeltennistafel op dit terrein is in strijd met eerder gedane toezeggingen. Voorts is de waarde van zijn woning ten gevolge van de geluidsoverlast gedaald, aldus [appellant].
2.2. Ingevolge voorschrift 1.1.1, aanhef en onder a, van de bijlage bij het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer (hierna: het Besluit), zoals dat luidde ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, voor zover hier van belang, geldt voor het equivalente geluidniveau (LAeq) en het piekgeluidniveau (Lmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, dat het equivalente geluidniveau (LAeq) op de gevel van woningen in de dagperiode (07.00- 19.00 uur) niet meer mag bedragen dan 50 dB(A) en het piekgeluidniveau (Lmax) in de dagperiode (07.00-19.00 uur) niet meer mag bedragen dan 70 dB(A).
Ingevolge voorschrift 1.1.2, aanhef en onder a, van de bijlage bij het Besluit, blijft bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in voorschrift 1.1.1, het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, buiten beschouwing, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein.
2.3. In haar uitspraak van 20 december 2006 in zaak nr.
200603736/1heeft de Afdeling overwogen dat bij de beantwoording van de vraag of het schoolplein aan de achterzijde van de school dient te worden aangemerkt als een binnenterrein, met name de hoogte van het aldaar heersende referentieniveau van het omgevingsgeluid van belang is. Voorts is bepalend de mate van beslotenheid van de ligging van het schoolplein, hetgeen tot uitdrukking komt in een lager referentieniveau. Indien het referentieniveau op het schoolplein aan de achterzijde van de school aanmerkelijk lager is dan wanneer dit deel van de inrichting aan de straat of een andere openbare ruimte zou zijn gelegen, bestaat aanleiding het stemgeluid niet uit te sluiten bij de beoordeling van de door de inrichting te veroorzaken geluidbelasting.
Volgens het op 15 augustus 2007 door het college ontvangen rapport over een geluidsmeting die is verricht door het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven om het referentieniveau van het omgevingsgeluid ter plaatse van het schoolplein aan de achterzijde van de nutsschool "De Meent" te bepalen, is er geen sprake van een beduidend lager referentieniveau van het omgevingsgeluid ter plaatse van het schoolplein. De Afdeling ziet geen aanleiding om aan de juistheid van deze geluidsmetingen te twijfelen.
Gelet op bovenstaande overwegingen heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een binnenterrein als bedoeld in voorschrift 1.1.2, aanhef en onder a, van de bijlage bij het Besluit.
Ingevolge voorschrift 1.1.2, aanhef en onder a, van de bijlage bij het Besluit, kan daarom bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in voorschrift 1.1.1, het stemgeluid van personen buiten beschouwing worden gelaten. Niet bestreden is dat de grenswaarden van 50 dB(A) en 70 dB(A) niet worden overschreden wanneer het stemgeluid van de op het desbetreffende schoolplein aanwezige kinderen buiten beschouwing wordt gelaten.
2.4. Voor zover [appellant] heeft aangevoerd dat het plaatsen van een tafeltennistafel op het schoolplein in strijd is met eerder gedane toezeggingen en dat de waarde van zijn woning ten gevolge van de geluidsoverlast is gedaald overweegt de Afdeling dat hierin geen overtreding van een wettelijke voorschrift is gelegen.
2.5. Nu zich geen overtreding heeft voorgedaan was verweerder niet bevoegd handhavend op te treden, zodat het bezwaar tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek terecht ongegrond is verklaard.
2.6. Het beroep is ongegrond.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van Staat.
w.g. Drupsteen w.g. Taal
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2008
325-578.