ECLI:NL:RVS:2008:BD2606
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.W. Mouton
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering subsidie stadsvernieuwing wegens vervreemding pand binnen termijn
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen heeft op grond van de Subsidieverordening stadsvernieuwing 1999 subsidie verleend voor restauratie van een pand en deze subsidie later teruggevorderd omdat het pand binnen de gestelde termijn werd verkocht.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat de gereedmelding niet aan de formele eisen voldeed en dat de terugvordering niet terecht was. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de gereedmelding op 7 december 2004 formeel correct was en bepalend is voor de termijn van terugvordering. Omdat de verkoop binnen 12 maanden na deze gereedmelding plaatsvond, is de volledige subsidie terugvordering terecht. Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Daarnaast werd het beroep van wederpartij op gerechtvaardigd vertrouwen afgewezen omdat de formele gereedmelding niet eerder had plaatsgevonden. De gehanteerde indexatiemethode door het college werd als zorgvuldig en gunstig beoordeeld.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 28 mei 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het beroep van de wederpartij ongegrond, waardoor de terugvordering van de subsidie wordt bevestigd.