Uitspraak
200603105/1dient het beroep van [verzoeker] op het overgangsrecht, nu dit voor het eerst in hoger beroep is gedaan, buiten beschouwing te blijven.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Beuningen heeft op 13 december 2006 aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd om binnen 18 maanden alle niet-agrarische bedrijfsactiviteiten op zijn perceel te staken en het materiaal te verwijderen. Verzoeker voerde beroep aan bij de rechtbank Arnhem, die dit beroep op 31 januari 2008 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde verzoeker hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 15 mei 2008. Uit de overwegingen blijkt dat het gebruik van het perceel voor een airco- en autoreparatiebedrijf strijdig is met het bestemmingsplan "Buitengebied Ewijk". Het beroep op overgangsrecht wordt buiten beschouwing gelaten omdat dit voor het eerst in hoger beroep is aangevoerd.
Er is onvoldoende aanleiding om te veronderstellen dat legalisatie van het gebruik mogelijk is, mede omdat het gemeentelijk en provinciaal ruimtelijk beleid gericht is op beperking van dergelijke activiteiten nabij woongebieden. Het college heeft het verzoek om vrijstelling afgewezen en de gemeenteraad heeft dit besluit bevestigd. Ook het langdurig niet-handhavend optreden van het college leidt niet tot gerechtvaardigd vertrouwen dat handhaving achterwege blijft.
De termijn van 18 maanden om het gebruik te staken wordt als toereikend beschouwd. Gelet op deze omstandigheden wijst de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit tot last onder dwangsom blijft van kracht.