ECLI:NL:RVS:2008:BD2617
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- W. Sorgdrager
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen gedeeltelijke weigering en verlening milieuvergunning melkveehouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam heeft op 7 juni 2007 een besluit genomen waarbij een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een melkveehouderij gedeeltelijk werd geweigerd en gedeeltelijk verleend. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de Raad van State.
Appellant stelde onder meer dat het college ten onrechte geen geluidrapport had verlangd, dat het voorschrift inzake stankhinder niet voldeed aan de richtlijn 'Veehouderij en stankhinder', dat de geluidbelasting op zijn woning niet juist was beoordeeld en dat hij als mededrijver van de inrichting ten onrechte was gepasseerd bij de vergunningverlening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht geen geluidrapport heeft verlangd omdat de inrichting niet viel onder de categorieën waarvoor dat verplicht is. De stankhinder is beoordeeld aan de hand van de richtlijn waarbij maatwerk geldt en het college heeft voldoende gemotiveerd dat de stankhinder tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt, mede door voorschrift 11 dat een plan van aanpak vereist. De geluidbelasting is juist berekend en voldoet aan de gestelde grenswaarden. Ten slotte is een milieuvergunning niet persoonsgebonden maar locatiegebonden, zodat het feit dat appellant niet zelf vergunninghouder is geen reden is voor toekenning van een aparte vergunning.
Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot gedeeltelijke weigering en verlening van de milieuvergunning is ongegrond verklaard.