Uitspraak
200202191/1, is voor de vraag of een overtreder het in zijn macht heeft om aan een illegale situatie een einde te maken niet beslissend of hij eigenaar is van het object in kwestie, maar of hij het feitelijk in zijn macht heeft om aan de bestuursdwangaanschrijving te voldoen. De voorzieningenrechter heeft terecht overwogen dat [appellant] het in zijn macht had de illegale situatie te beëindigen, gelet op het gestelde in de overdrachtsovereenkomst van 16 maart 2006 en zijn verzoek om uitstel van 24 november 2006. Dat, zoals [appellant] stelt, hij niet beschikkingsbevoegd is, wat daar ook van zij, is niet van belang, omdat hij om te kunnen voldoen aan de bestuursdwangaanschrijving niet beschikkingsbevoegd behoeft te zijn. Ook de brief van [appellant], gedateerd 31 augustus 2007, gericht aan [belanghebbende], met de mededeling dat hij de koopovereenkomst ontbindt leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat deze brief dateert van na het bestreden besluit van 7 augustus 2007.